Zeven Duitse soldaten en drie Nederlandse 'Wehrmachtshelferinnen' omgekomen in Huize Den Eng in Ommeren
Huize Den Eng voor de oorlog
Huize Den Eng na de oorlog
Tien dagen voor de bevrijding, was Lienden voor grote verwoestingen gespaard gebleven. Reeds dagenlang had de bevolking in haar evacuatie-adressen geen schot gehoord, noch een vliegtuig gezien. Alles wees erop dat de oorlog spoedig voorbij zou zijn. Toch zou het laatste bombardement dat de R.A.F. op Nederlands grondgebied zou uitvoeren dit Betuws stadje hard treffen. Er waren maar een handvol Duitse soldaten in Lienden. Onverwacht kwamen op 24 april 1945 tussen 16.00 uur en 19.00 uur onder een stralende zon de Engelse jachtbommenwerpers aangevlogen. In drie opeenvolgende vluchten daalden ze ongestoord tot geringe hoogte over Lienden en Ommeren. Er ging een knetterend mitrailleurvuur aan het bombardement vooraf.
De eerste aanval was gericht op het marktplein in Lienden, waardoor in korte tijd negen huizen in brand stonden. De volgende aanval trof Ommeren en met name de Hervormde pastorie en het middeleeuwse Huize Den Eng. Zeven Duitsers en drie Nederlandse meisjes in Duits uniform (zgn. Wehrmachtshelferinnen) kwamen daarbij om het leven. Ze werden later tezamen in het totaal verwoeste pand aangetroffen onder een kleed. Een vierde meisje had de dans ontsprongen, doordat ze net tevoren met een hoge Duitse officier het pand had verlaten. In het landhuis huisde het Stafkwartier van de Duitsers. Het pand en de schuur, die als munitieopslagplaats diende, waren totaal verwoest, maar werden na de oorlog opnieuw opgebouwd.
Unieke beelden over Wehrmachtshelferinnen
De drie omgekomen meisjes werden tijdelijk op de begraafplaats van Ingen begraven. De rode pijlen op bovenstaande foto geven de exacte plaats aan. In mei 1950 zijn ze herbegraven op de Kriegsgräberstätte in Ysselsteyn. Op dezelfde begraafplaats vonden ook 91 gesneuvelde Duitse soldaten een tijdelijke rustplaats, waaronder de zeven uit Huize Den Eng.
|
Bron |
Burgerlijke stand - Overlijden |
|
Archieflocatie |
Gelders Archief |
|
Algemeen |
Toegangnr: 0207 |
|
Overledene |
Maria Schreutelkamp |
|
Vader |
Wilhelmus Adrianus Schreutelkamp |
|
Moeder |
Adriana Sudmeier |
|
Partner |
|
|
Nadere informatie |
geboortepl: Rotterdam; oud 20 jaar; beroep overl.: fabrieksarbeider; beroep vader: geen beroep vermeld; beroep moeder: zonder beroep |
Wilhelmus Adrianus Schreutelkamp en Adriana Sudmeier
trouwden op 17 oktober 1923 in Rotterdam en kregen drie kinderen : Johanna
(1923), Maria (1925) en Willemina (1932). Haar vader was glazenwasser en
overleed als gevolg van een val van de trap op 29-jarige leeftijd op 24 augustus
1932. Adriana is later hertrouwd.
Maria werkte op de tabaksafdeling van Van Nelle in Rotterdam. In de Hongerwinter
van 1944 ging zij op pad om eten te zoeken voor het noodlijdende gezin, maar
belandde in
Duitse kringen. Ze bleek in Duitse Dienst te zijn getreden als zgn. "Wehrmachtshelferin".
Ze deed waarschijnlijk kantoorwerkzaamheden, zoals stenotypiste, telefoniste,
bodediensten e.d. Het gezin vernam pas na de oorlog wat er met Maria was
gebeurd.
In mei 1950 is ze herbegraven op de Kriegsgräberstätte in
Ysselsteyn.
Helaas heeft men op de grafsteen haar voornaam verkeerd gespeld.
De familie beschikt niet meer over een foto van Maria.
Identificatierapport
|
Bron |
Burgerlijke stand - Overlijden |
|
Archieflocatie |
Gelders Archief |
|
Algemeen |
Toegangnr: 0207 |
|
Overledene |
Trijntje Pel |
|
Vader |
Hermannus Pel |
|
Moeder |
Trijntje Boelman |
|
Partner |
|
|
Nadere informatie |
geboortepl: Scheemda; oud 19 jaar; beroep overl.: diensbode; beroep vader: uitvoerder; beroep moeder: zonder beroep |
De ouders van dienstbode Trijntje Pel waren de uit
Winschoten afkomstige Harmannus
Pel (1894-1975) en
de in Midwolda geboren Trijntje Boelman (1995-1975). Net na hun huwelijk op 7
februari 1917 in Midwolda, woonden ze in Scheemda. Trijntje
is daar op 15 mei 1925 in geboren. In de dertiger
jaren zijn ze naar Amersfoort verhuisd en woonden daar op de Soesterweg 488. Ze
kregen samen twaalf kinderen : w.o. Geessien (1918-1947), Geert (1919-?), Gardina
(1921-1910), Harmannus Johannus (1928-1932).
Trijntje trad in Duitse Dienst als zgn. "Wehrmachtshelferin". Ze deed
in Lienden waarschijnlijk kantoorwerkzaamheden, zoals stenotypiste, telefoniste,
bodediensten e.d.
Trijntje kreeg in deze periode een zoon. Haar partner is echter onbekend
gebleven.
In mei 1950 is Trijntje
herbegraven op de Kriegsgräberstätte in Ysselsteyn.
Identificatierapport
Wie heeft informatie over Trijntje Pel?
Zoon Hans is op zoek naar het verleden
door Neeltje van Triest
LIENDEN – Hans Pel is op zoek naar zijn moeder Trijntje Pel. Trijntje is op 19-jarige leeftijd overleden op 24 april 1945 na een bombardement in Lienden. Samen met zeven Duitsers en nog twee andere vrouwen is ze begraven op de algemene begraafplaats in Ingen. Vervolgens is ze daar in 1952 weer opgegraven, geïdentificeerd door haar vader en herbegraven op het Duitse oorlogskerkhof in Ysselsteyn, vlak bij Venlo.
Hans Pel komt van oorsprong uit Amersfoort, woont nu elders in Gelderland en heeft zich nog steeds niet kunnen verenigen met zijn verleden. Hij is op 15 augustus 1944 geboren in Amersfoort en woonde tot zijn zesde jaar bij zijn opa en oma. Waarschijnlijk heeft Hans een Duitse vader, maar zeker weten doet hij dat niet.
Hij is al eens op zoek geweest naar de Duitser die naast zijn moeder in Ysselsteyn begraven ligt, maar die is het niet. Daarom is Hans zijn zoektocht in Lienden gestart en wil hij via een oproep in deze krant zijn verleden verder in kaart brengen. Bij de familie van zijn moeder hoeft hij niet aan te komen. Die zwijgen over het verleden van Trijntje en willen zelfs niets vertellen aan de kinderen van Hans.
Dolle dinsdag
Pel: ,,Ik ben geboren op 15 augustus 1944. Twee maanden voor die tijd kwam mijn moeder naar huis. Ze heeft nog aan opa gevraagd of ze haar Duitse vriend eventueel bij ons mocht laten onderduiken, maar daar was geen sprake van. Voor dolle dinsdag op 5 september 1944 uitbrak, was ze al weer vertrokken.’’
Pel weet uit het kleine beetje wat naar boven is gekomen, dat er ook mensen aan de deur stonden om zijn moeder op te halen. ,,Ze was een lieve vrouw die regelmatig met vlees en groenten voor haar familie meebracht als ze op bezoek kwam. Hoe ze in Lienden is gekomen weet ik niet, net zomin als ik weet wat ze daar deed. En dat wil ik graag weten.’’
Trijntje Pel is op 24 april 1945 tijdens een bombardement omgekomen in een kelder. ,,Tussendoor is ze toch nog een aantal keren in Amersfoort geweest en wilde mij meenemen. Dat hebben mijn opa en oma altijd belet.’’
Navraag leert dat De Eng op de grens van Ommeren en Lienden op 24 april is gebombardeerd, omdat men dacht dat hier een radiostation was gevestigd. Achteraf bleek dat deze zich in de pastorie van Ommeren zich bevond.
Begraven
Pel gaat verder: ,,Wat ik ook wil weten is wie haar de eerste keer begraven heeft, welk uniform ze toen aan had en wie haar gekend heeft. Zijn er nog mensen die weten wat die drie vrouwen daar deden en of zij in Duitse dienst waren. Misschien weet men ook nog wel bij welke eenheid. En hoe komt het dat ze nu als statenloos te boek staat? Wie heeft dat bepaald? Waarschijnlijk is ze net voor dolle dinsdag 5 september 1944 in Lienden aangekomen. Zijn er mensen die zich hier nog wat van herinneren? Het is voor mij erg belangrijk.’’
Pel is waarschijnlijk na het moment dat zijn grootvader zijn dochter tijdens de opgraving in Ingen heeft geïdentificeerd naar een kindertehuis gezonden. Tot zijn vijftiende verbleef hij in verschillende kindertehuizen, waar hij regelmatig mishandeld werd.
Nakomertje
Waarom dat zo was heeft hij tot zijn 31ste nooit begrepen. Toen was hij met een tante op vakantie in Brabant. Zij vertelde hem dat zijn echte moeder twaalf kilometer verderop in haar graf lag. Een rare gewaarwording, want tot die tijd was Hans altijd in de veronderstelling dat hij een nakomertje van oma was en zijn tante zijn zus. Van de man van deze tante hoorde hij vervolgens het kleine beetje wat hij nu weet. Vervolgens bezocht hij het graf van zijn moeder en begon op dat moment grip te krijgen op zijn eigen geschiedenis. Maar deze was zo zwaar, dat het zijn huwelijk kostte en hij er bijna emotioneel er aan ten onder ging. Maar Hans had zijn werk en bouwde in deze jaren zijn timmerbedrijf steeds verder uit.
Twee jaar terug is Pel gestopt met werken en op zoek gegaan naar de vragen in zijn verleden. Nog steeds heeft hij de puzzelstukjes niet in elkaar en is nu een nieuwe zoektocht gestart vanuit Ingen en Lienden. Hij wil dan ook heel graag in contact komen met mensen die dit stukje verleden met hem willen delen. Daarnaast blijft de vraag over zijn vader hem ook bezighouden.
Iedereen die meer informatie heeft over Trijntje Pel of de omstandigheden rondom haar leven en dood weet, kan bellen naar Neeltje van Triest 0344-603571
Uit: De stad Buren van 1 maart 2006
|
Bron |
Burgerlijke stand - Overlijden |
|
Archieflocatie |
Gelders Archief |
|
Algemeen |
Toegangnr: 0207 |
|
Overledene |
Hermina Johanna Paul |
|
Vader |
Cornelis Paul |
|
Moeder |
Martha Ribbink |
|
Partner |
|
|
Nadere informatie |
geboortepl: Apeldoorn; oud 20 jaar; beroep overl.: verpleegster; beroep vader: kruidenier; beroep moeder: zonder beroep |
Abusievelijk staat op het graf de naam Peul i.p.v. Paul. Ook de voornaam is niet juist weergegeven. De webmaster heeft deze vergissingen in 2011 aan de Duitse Oorlogsgravenstichting doorgegeven.
De ouders van
verpleegster Hermina ("Miep") waren Cornelis Paul en Martha
Ribbink. Ze kregen drie kinderen Cornelis, Hermina Johanna en Johan. De
vader was in de beginjaren van de oorlog werkzaam bij Talens in Apeldoorn en
moest later onderduiken omdat hij niet in Duitsland wilde worden ingezet. Miep
kreeg in 1943 in Apeldoorn verkering met een Duitse officier. Haar ouders
protesteerden daar nog tegen, maar dat had geen enkel effect. Miep vergezelde
haar partner in zijn dienstperiode tot het fatale moment van het bombardement op Huize
Den Eng. Ze bleek hier in Duitse Dienst te werken als zgn. "Wehrmachtshelferin".
Ze deed waarschijnlijk kantoorwerkzaamheden, zoals stenotypiste, telefoniste,
bodediensten e.d.
Haar vader en moeder zijn na de oorlog diverse keren op de fiets vanuit
Apeldoorn naar Huize Den Eng in Ommeren gekomen en bezochten dan ook de
begraafplaats in Ingen, waar ze tijdelijk begraven lag. In mei 1950 is ze
herbegraven op de Kriegsgräberstätte in Ysselsteyn. Helaas heeft men op de
grafsteen haar voor- en achternaam verkeerd gespeld. De webmaster heeft
dat doorgeven aan de verantwoordelijke instanties in Duitsland en men heeft hem
toegezegd dat z.s.m de grafsteen wordt vernieuwd/ aangepast.
Identificatierapport
Bron: foto fam . Niessink
Vijf van de zeven omgekomen Duitsers:
|
||||||||||||||
| Johann Langen ruht auf der Kriegsgräberstätte in Ysselsteyn (Niederlande)
. Endgrablage: Block AO Reihe 1 Grab 22 |
dibnr d.20092
Identificatierapport
|
||||||||||||||
| Willi Lüdtke ruht auf der Kriegsgräberstätte in Ysselsteyn (Niederlande)
. Endgrablage: Block AO Reihe 1 Grab 23 |
dibnr. d.20091
Identificatierapport
|
||||||||||||||
Roth ruht auf der Kriegsgräberstätte in Ysselsteyn (Niederlande) . Endgrablage: Block AO Reihe 1 Grab 24 |
|
||||||||||||||
| Wilhelm Piehl ruht auf der Kriegsgräberstätte in Ysselsteyn (Niederlande)
. Endgrablage: Block AO Reihe 1 Grab 25 |
dibnr. d.20094
Identficatierapport
|
||||||||||||||
| Karl Jakobs ruht auf der Kriegsgräberstätte in Ysselsteyn (Niederlande)
. Endgrablage: Block AO Reihe 2 Grab 27 |
dibnr. d.20096
Identificatierapport
Bij de derde en laatste aanval van de Britse jagers waren de her en der verspreid staande boerderijen in Lienden en Kesteren het doelwit. Ook moest de fraaie Cuneratoren in Rhenen het ontgelden. Verschillende inwoners uit Lienden die in het Sperrgebiet verbleven om hun land te bewerken of koeien te melken, hebben angstige ogenblikken doorgemaakt, waarin ze niet zelden in droge sloten dekking moesten zoeken.