Oorlogsslachtoffers gemeente Buren

Door het oog van de naald

 

Een ooggetuigenverslag van Ria van Echtelt -Koolwijk (dochter van de "steenbaas" van de Roodvoet)

 

"Wij woonden in de oorlog 1940 - 1945 op de steenfabriek De Roodvoet. Tijdens hoogwater in 1944 hadden de Duitsers de dijken doorgestoken. Daardoor kwam de Betuwe onder water te slaan en de mensen die daar woonden moesten toen vluchten voor het water.

Ik zie deze mensen uit de Betuwe nog met hun paarden en wagon in een lange rij over de dijk gaan. Zij moesten maar zien waar ze ergens onderdek konden krijgen. Op de Roodvoet was niet veel plaats meer. Bijna alle kamers van de oven weren al bezet door schippers. Van deze schippers waren de schepen gevorderd door de Duitsers. (Kamers op de steenfabriek zijn plaatsen waar stenen in gebakken werden.) Eén kamer had mijn vader voor ons leeg gehouden mochten wij in de problemen zouden komen. De muren van zo‘n kamer weren zo dik dat er geen bom doorheen zou komen.

Bij ons in huis woonden een schippersgezin en later nog twee gezinnen uit de Betuwe. Wij woonden in de keuken en hadden één slaapkamer voor onze ouders, één voor de jongens en één voor de meisjes. De woonkamer was bezet door het schippergezin, het kantoor en een hele grote kamer boven door evacués uit de Betuwe. Verder was er nog een kamer in huis waar les gegeven werd, maar daar was ik nog te jong voor.

We hadden ook een paar koeien. Deze werden gemolken en van de melk werd boter en kaas gemaakt. Er werd ook veel brood gebakken. Aan eten en drinken hadden we geen gebrek.

Er moeten ook nog onderduikers op de fabriek hebben gezeten. Die werden door mijn ouders ook van eten en drinken voorzien. Volgens mij waren dat de onderwijzers. Ik was nog te klein om dit goed te kunnen herinneren.

 

 Op 31 Maart 1945 (Paaszaterdag) gebeurde het. Ik weet nog dat het die dag heel mooi weer was. ‘s Avonds na het eten, mochten we nog even buiten spelen. We waren net buiten, toen er heel veel vliegtuigen aan kwamen. We gingen daarnaar staan kijken. Plotseling een heel harde knal! We moesten heel snel van een schipper de kelder van ons huis in. Deze schipper had al het bombardement in Rotterdam meegemaakt.

Door die toestanden en het geweld konden we niet meer naar de sterke kamer van de vlamoven komen, die mijn vader voor ons  had vrijgehouden. In de kelder van ons huis stond het vol met mensen. Ik kan nog de dreunen van de bommen horen die op de fabriek gegooid werden. En wat ik nog steeds in mijn hoofd hoor, is het bidden van de mensen die ook in de kelder stonden. Er waren in die korte tijd 144 bommen op de fabriek gegooid.

Toen het stil werd, konden we niet meer gemakkelijk de kelder uit. Eerst moesten de mensen de deur van de kelder opbreken. Er lagen zoveel stenen en ander puin in huis dat de deur niet meer open kon. Het was echt een puinhoop. Ik denk wel een halve meter stenen en puin in huis. Bij het kantoor was het dak ingestort, daar moest eerst ook doorheen gegraven worden, voordat we naar buiten konden. De hele fabriek lag in puin.

Toen we het fabrieksterrein afliepen, stonden daar zwarte brancards waarover een wit laken lag. Een soldaat met een groot rood kruis op de mouw van zijn jasje stond er naast.

"Wat is dat?" vroeg ik.

"Dat zijn lijken!"zei hij.

Het bleek dat er 11 doden op de fabriek waren gevallen.

De kamer van de oven die mijn vader voor ons had bestemd, had een voltreffer gekregen. Deze bom was door alles heen gegaan. Er heeft een vrouw met een baby op haar armen in de kamer gestaan. Zij was op slag dood, maar de baby leefde nog. Als wij in deze kamer hadden kunnen komen, hadden er nog wel 30 doden meer kunnen vallen.

Wij konden natuurlijk niet op de fabriek blijven wonen, vandaar dat we nog zes weken lang bij een boerenfamilie aan de dijk hebben gewoond. Daar hebben we ook de bevrijding op 5 mei 1945 meegemaakt."

 

 

  

Nawoord:

 

Wij zij gebombardeerd door de Engelsen, omdat de Duitsers ongeveer 14 dagen eerder munitie hadden aangevoerd met schepen. Die was echter meteen weer met auto‘s afgevoerd. Dat was niet goed doorgegeven aan de ondergrondse.

 

Ik heb wel een trauma aan het bombardement overgehouden. Ten eerste vanwege die zwarte brancards en vervolgens door al die dode mensen.